Informatie over de Cannenburgher Boerendansers.
Hieronder vind u een verhaal, daterend uit 1968, maar welke nog precies weergeeft wat en wie de Cannenburgher Boerendansers zijn.
Aug. 1968
De Cannenburgher Boerendansers.
Wat zijn en wat beogen de Cannenburgher Boerendansers te zijn?
Allereerst een dansgroep, en wel een folkloristische dansgroep. Dus een dansgroep, die de folklore probeert levend te houden.
Het begrip folklore is eigenlijk een verzamelnaam voor alles wat oude gebruiken, zeden, gewoonten, overleveringen en dergelijke betreft, zoals die onder de bevolking leefden of nog voortleven. Dat men probeert dit alles voor het nageslacht te bewaren, lijkt ons waardevol. Niet om alleen het oude als zaligmakend te beschouwen, maar om het te kunnen blijven zien naast en in verband met de tegenwoordige cultuur uitingen.
Een folkloristische dansgroep legt zich toe op een van de facetten van de folklore, namelijk op de oude historische dansen, zoals die in eigen dorp, buurtschap of streek beoefend werden, waarbij dan ook de kleding uit de desbetreffende tijd gedragen wordt.
Een folkloristische dansgroep is niet hetzelfde als een volksdansgroep, zoals vaak gedacht wordt. Een volksdansgroep brengt dansen uit álle streken van het eigen land of van ver daarbuiten, bijvoorbeeld een Engelse zwaarddans, een dans uit Griekenland, Israël en dergelijke. Vaak ook in kostuums uit die landen. Natuurlijk kan men ook dit waarderen en er vreugde aan beleven, maar het valt niet onder het begrip folklore. Een folkloristische dansgroep is dan ook in zekere zin meer beperkt in haar werkterrein dan een volksdansgroep.
De Cannenburgher Boerendansers vormen dus een folkloristische dansgroep. Daar echter een hele avond dansen te vermoeiend zou zijn voor de leden, heeft de groep, mede uit praktische overwegingen, haar programma uitgebreid met verantwoorde liedjes en voordrachten, welke met de dansen een passend geheel vormen. Enige van deze liedjes zijn van de in deze streken indertijd bekende dichter-zanger Jan van Riemsdijk uit Heerde. De groep is mevrouw Van Riemsdijk zeer erkentelijk voor haar toestemming om deze, stuk voor stuk kleine kunstwerkjes, voor het publiek te brengen. Het gehele programma van dans en zang neemt een volledige avond in beslag. Er kan dan uit een repertoire van 20 tot 25 verschillende dansen geput worden. De dansen zijn ongeveer 100 tot 150 jaar oud.
Organisatorisch is de dansgroep aangesloten bij de Federatie van Folkloristische Groepen in Nederland. Om hierin opgenomen te worden, moet een dans proef worden afgelegd, terwijl tevens kleding en dialect verantwoord moeten zijn. De federatie bestaat uit ongeveer 50 afdelingen, meest dansgroepen, maar ook enkele groepen vendelzwaaiers, schutters- en ringrijdersverenigingen en enkele boerenkapellen. Allen samen met ongeveer 1600 leden.

Voor welk publiek treden de Cannenburgher Boerendansers nu op? Wij zouden zeggen: voor welhaast iedereen, dat wil zeggen voor oud en jong, voor zieken, invaliden en gezonden. De voorkeur wordt dan gegeven aan instellingen die medewerking vragen in de vorm van ontspanning voor zieken, bejaarden of invaliden. Dankbaarder publiek kan men zich niet voorstellen. Ontroerend zijn soms de reacties juist van deze mensen. Stelt u zich een invalide voor, op een bovenhuis in de stad, die praktisch nooit buiten komt (en die zijn er, we hebben ze gesproken!) die nu tijdens een week vakantie in een vakantiehuis (op zichzelf al een belevenis voor zo iemand), met invalidewagen en al meegenomen wordt door een danser voor de polonaise! Wat een betekenis hebben de woorden van dergelijke mensen als ze ons zeggen: "U neemt ons meel", met andere woorden; "Anders staan wij altijd aan de kant".
Of voor gehandicapte kinderen, die vaak veel maatgevoel hebben en van muziek houden, als we ze met ons mee laten "dansen" of huppelen en de polonaise doen, dan is voor onze dansers de avond al meer dan goed geweest.
Natuurlijk genieten ook veel vreemdelingen en vakantiegangers van zo'n avond zang en dans.
Behalve "folklore" brengen, is voor de dansgroep het brengen van blijdschap en vrolijkheid, vooral bij velen die anders zoveel missen, een belangrijk facet.
Vanzelfsprekend moet, om deze avonden op een goed peil te houden en dit nog te verhogen, worden geoefend. Dit gebeurt in de wintermaanden één keer per week.
Terug naar overzicht